Tweede deel dagboek Jan de Quay nu ook openbaar

 
Eind vorig jaar nam Wim van de Donk, de toenmalige commissaris van de Koning in Noord-Brabant, het eerste deel van het digitale dagboek van Jan Eduard de Quay in ontvangst in het Provinciehuis in ’s-Hertogenbosch. Nu staat het tweede deel van zijn dagboek ook online: www.bhic.nl/dagboekdequay.

Dit behelst de belangrijke periode van 24 januari 1945 – 24 mei 1945, waarin we onder meer zien hoe De Quay probeert invloed uit te oefenen op de formatie van een nieuw te vormen kabinet. Jan de Quay (1901-1985) was van 1946 tot 1959 commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant en aansluitend tot 1963 minister-president van het naar hem genoemde kabinet-De Quay. De Quay als schaduwformateur nieuw kabinet In eerste instantie lijkt dit tweede deel geheel in lijn te lopen met wat hem de weken en maanden daarvoor had beziggehouden: zijn werk voor het College voor Economische Aangelegenheden in het bevrijde Zuiden, zorgen om de nood in bezet gebied, argwaan om de intenties van de communisten, het dilemma met betrekking tot de Nederlandse Volksbeweging, zijn verhouding met het bisdom en verder de voorgenomen (riskante) reis van koningin Wilhelmina door het bevrijde Zuiden. Maar uitgerekend op 24 januari 1945, als hij met zijn tweede deel van het dagboek start, is in Londen het tweede kabinet Gerbrandy demissionair geworden. Dit kabinet was al langer verscheurd door onderlinge tegenstellingen en verwikkeld in conflicten met koningin Wilhelmina. Als gevolg van de daardoor ontstane crisis wordt de positie van De Quay, inmiddels vertrouweling van de koningin, aanzienlijk versterkt. Zo kan hij als schaduwformateur invloed uitoefenen op de formatie van een nieuw te vormen kabinet dat in het teken moet staan van vernieuwing. Ook lezen we in dit deel over de moeizame invulling van de post minister van Oorlog, omdat deze rechtstreeks verband houdt met de functie van Prins Bernhard als bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hoe denkt Jan de Quay die op 24 maart 1945 tot minister van Oorlog wordt benoemd eventuele constitutionele gevaren te voorkomen? Zijn dagboeknotities geven een indringend beeld van het toen net bevrijde Brabant. We krijgen toegang tot de leefwereld van een betrokken en gedreven Brabantse, katholieke bestuurder, halverwege de twintigste eeuw. Iemand wiens inzet en keuzes hem, afhankelijk van standpunt en tijdsgeest, soms populariteit bezorgden en soms venijnige kritiek. Maar ook geven zijn pennenvruchten blijk van zijn warmhartige karakter en grote toewijding als familieman voor zijn grote gezin. En altijd is er weer het zelfverwijt dat hij in gebed en kerkelijke plichten schromelijk tekort schiet: “Ik sta nu wel in de branding en voel me kip lekker er bij. Misschien te goed. Nog steeds geen gelegenheid gehad te biechten. Al 3 keer voor niets geweest. Het wordt tijd, want ik zak af.”(16 februari 1945). Gedreven Brabantse, katholieke bestuurder Jan Eduard de Quay (1901-1985) speelde een belangrijke rol in de Nederlandse politiek van de twintigste eeuw. In 1940 en 1941 gaf hij mede leiding aan de Nederlandse Unie, maar die werd door de Duitsers verboden. Daarna was hij gijzelaar in Haaren en Sint-Michielsgestel en onderduiker in de buurt van Beers. Na de oorlog was hij o.a. minister, commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, premier en lid van de Eerste Kamer voor de Katholieke Volkspartij. Woord van dank Het is nooit de bedoeling geweest van Jan de Quay dat de tekst van dit dagboek openbaar zou worden. Juist daarom zijn wij erkentelijk voor het besluit van zijn nazaten om in te stemmen met de onverkorte publicatie ervan. Want na al die jaren is het nog steeds fascinerende lectuur.