Nieuwe fotocollectie nostalgisch boerenleven in Brabant

Een boer die zijn grasland bemest, een perceel met goed opgestelde ruiters waarop gras en hooi ligt te drogen, een blik op het achterwerk van koeien in de oude potstal en een boerin die vroeg uit de veren is om de koeien te melken in de wei. Zomaar een greep uit de kleine maar fijne collectie van het Consulentschap voor Akkerbouw en Rundveehouderij, afdeling Tilburg, die het BHIC onlangs heeft gekregen en online heeft gezet.

De collectie bestaat uit ongeveer 270 foto’s van verschillende fotografen die in de jaren ’50 tot ’70 van de vorige eeuw de dynamiek in boerenbedrijven in de omgeving van Tilburg op de gevoelige plaat hebben vastgelegd. Het consulentschap hield zich bezig met het hele bedrijf en bestond vooral uit voorlichting, onderzoek en onderwijs.

In en om de boerderij

“De afbeeldingen in zwart wit geven een mooi tijdsbeeld en een nostalgische inkijk. Niet alleen van het werk op het land, maar ook op de boerderij. Je ziet hier bijvoorbeeld nog een boerderij met rieten dak, een houten schuur, een hooiberg en een grote moestuin. Nu is die hooiberg vaak weg, het huis is nieuw gebouwd en de schuren zijn vervangen door moderne stallen”, vertelt Joost Hoedemaeckers, beheerder audiovisuele collecties bij het BHIC.

Bladerend door de collectie kijken we bijvoorbeeld in de melkkamer waar alle melkbussen schoon geboend zijn en uitdruipen op een rek, staan weckpotten zorgvuldig gerangschikt in de voorraadkelder en wordt de koffie op de kachel warm gehouden in de boerenkeuken. Maar je ziet ook hoe bieten voor het inkuilen met de bietenhakselmachine kapot worden gesneden, melkbussen ’s ochtends vroeg opgehaald worden om ze naar de zuivelfabriek te brengen en boeren van de Rooms Katholieke Jonge Boerenstand (RKJB) die gymnastiek en behendigheidswedstrijden doen. Behalve veel foto’s van paard en wagens en driespannen ontdek je in deze verzameling ook nieuwere landbouwtechnieken en machines die rond die tijd al werden ingezet om te zaaien, oogsten en het land te bewerken.

Tractor vervangt paard en wagen

In de eerste jaren na de oorlog waren er in de landbouw nog geen grote veranderingen gaande. De meeste Brabantse boeren hadden een gemengd bedrijf met wat akkerbouw, koeien, kippen en een paar zeugen. Daarnaast wat aardappels, rogge, knollen, bieten en grasland. Het zwaardere werk gebeurde met paarden, maar er werd ook veel handmatig gedaan met schop, mestvork, hark en schoffel. In 1950 kwam door de Marshallhulp de mechanisatie flink op gang. Paard en wagen maakten plaats voor de tractor, die veel sneller was en waaraan boeren grotere landbouwmachines konden koppelen.