In ZooParc Overloon is het gebied Madidi geopend.

Het nieuwe expeditiedeel is meteen in gebruik genomen door twee tamandua’s, boommiereneters, die deze week in het park hun intrek hebben genomen.

Ook twee brilkaaimannen die uit een woning in Litouwen zijn gered, zijn vanuit de opvang in België op hun nieuwe plek aangekomen. In totaal zullen er maar liefst 22 diersoorten te zien zijn in het gebied van bijna 1 hectare. Elf daarvan zijn nieuw in ZooParc. Ook verhuizen een aantal dieren binnen ZooParc naar Madidi, zoals reuzenmiereneters en tweevingerige luiaards.
Onderdeel van het nieuwe gebied is een 700 vierkante meter groot gebouw, waarin jaarrond een tropisch regenwoud kan worden bezocht. Het tropische klimaat zorgt ervoor dat zowel Zuid-Amerikaanse dier- als plantsoorten zich hier, ook in de winter, helemaal thuis voelen.
Grote wens
Het nieuwe gebied is een grote aanwinst voor het park, vindt general manager Roel Huibers: “We hebben er de afgelopen maanden heel hard aan gewerkt, maar het is super mooi geworden”, vertelt hij. “Bezoekers krijgen hier echt een Zuid-Amerika-ervaring.”
In het Amazoneregenwoud, dat een groot deel van Zuid-Amerika beslaat, leeft 10 procent van alle planten en dierensoorten ter wereld. Er leven veel bijzondere diersoorten die nergens ander ter wereld voorkomen. Door vernietiging van het regenwoud, onder andere voor de aanleg van plantages, staat dit gebied ernstig onder druk.
Besef
Huibers: “Wij hopen dat bezoekers in Madidi ervaren hoe mooi en belangrijk dit stuk van de wereld is en zich daarmee ook beseffen dat we ons echt moeten inzetten om dit te beschermen en te behouden voor de toekomst.”
ZooParc zelf zet zich daar ook actief voor in, onder andere door deel te nemen aan de managementprogramma’s, ook bekend als fokprogramma’s, van kwetsbare of bedreigde soorten uit Zuid-Amerika, zoals de gouden leeuwaapjes. Huibers: “In totaal telt Madidi straks tien soorten die onderdeel zijn van een Europees managementprogramma.”
Een daarvan is de zuidelijke tamandua. Deze boommiereneter is te herkennen aan zijn smalle, langgerekte kop en krachtige staart, die aan de onderkant kaal is. Deze soort, die voorkomt ten oosten van de Andes, leeft in verschillende soorten bossen, zoals bijvoorbeeld regenwouden, maar ook in de bergen tot op een hoogte van 1.600 meter. Daar voedt de tamandua zich met onder meer termieten en mieren, die hij ongeveer 9.000 per dag eet.
Natuurgetrouw
De eerste fase van Madidi, een volière waarin ruim veertig Chileense flamingo’s, maar ook onder andere puna-ibissen en kuifhoenderkoeten hun intrek hebben genomen, werd in september 2020 gerealiseerd.
Huibers geeft aan met Madidi een nog mooiere, betere en natuurgetrouwere omgeving te willen creëren voor Zuid-Amerikaanse diersoorten. “Dat is mooi voor onze gasten, maar zeker ook voor onze dieren. Zij hebben nu een splinternieuw onderkomen dat voldoet aan alle eisen van nu.”