Grensoverschrijdend met een multiculturele achtergrond

Wanneer een halve Indiase met een halve Spanjaard getrouwd is, in Duisburg opgroeit, in Schotland en in Zwitserland studeert, in Kleve woont en in Nijmegen werkt, kun je dat met recht een multicultureel leven noemen.

Een leven dat niet bepaald in de standaardformulieren van de Nederlandse en Duitse overheden past. Indira Tendolkar, wetenschapper en specialist neurologie, psychiatrie en psychotherapie, is echter het levende bewijs dat alles uiteindelijk toch op zijn pootjes terechtkomt. Wat betekent dat voor haar loopbaan in grensoverschrijdende context? Welke vragen moeten er beantwoord worden? Hoe kan het GrensInfoPunt van de Euregio Rijn-Waal helpen? Een verslag uit de praktijk.

Indira Tendolkar is in Duisburg opgegroeid en heeft in Aken geneeskunde gestudeerd. In Zwitserland, Schotland en in de regio Keulen-Bonn studeerde ze neurologie en psychiatrie. Hoe is ze dan in Nederland terechtgekomen? “Om twee redenen: mijn man en ik zijn allebei wetenschappers. We waren op zoek naar een goed onderzoeksinstituut waar we allebei zouden kunnen werken. Uiteindelijk kwamen we uit bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag en bij het Radboudumc in Nijmegen. Bovendien kan ik hier ook werken met patiënten, wat voor mij heel belangrijk is.”

Parttime

Ten tweede kreeg de familie Tendolkar/Fernández-Reumann begin jaren 2000 gezinsuitbreiding: dochter Emma Sophia en zoon Luis Víctor bepaalden het gezinsleven. In die tijd was het in Nederland voor vrouwen veel eenvoudiger om een baan te vinden die te combineren was met een gezin dan in Duitsland. “Ik kon bij het instituut en in het ziekenhuis zonder problemen parttime gaan werken. Dat was in die tijd in Duitsland in mijn werkveld nauwelijks denkbaar.” Of je werkt fulltime, of je werkt niet, was daar het devies. Daarom viel de keuze op Nijmegen om te werken en Kleve om te wonen.

Er was nog maar een belemmering: “Ik had in het begin wel bedenkingen of ik in een beroep waarin taal zo’n belangrijke rol speelt, wel kan werken. Bij mij betreft het tenslotte vooral gesprekken met patiënten. Als anesthesiste was dat gemakkelijker geweest, dan zouden mijn patiënten slapen”, zegt ze grinnikend. Nederlands leren ging haar echter verbazingwekkend goed af. “Ik heb weliswaar nog steeds een Duits accent, maar dat is op het werk geen probleem.” Ze leerde de taal door middel van cursussen en ‘learning by doing’ – en dankzij de hulp van collega’s. Inmiddels is ze zich er soms helemaal niet meer van bewust in welke taal ze praat of denkt. “Daarom is het soms ook wel eens een beetje een mengelmoes.”

Positief klimaat

Het gezin kwam, zag – en bleef. En dat inmiddels al 17 jaar. “Dat alleen al spreekt voor zich. We voelen ons hier in de grensregio thuis. Op het werk gaan we informeel met elkaar om, er heerst een dynamisch werkklimaat zonder sterke hiërarchieën, je krijgt positieve feedback… Het is gewoon leuk!” En dat komt ten goede aan de prestaties en de carrière. Inmiddels is Indira Tendolkar plaatsvervangend afdelingsleider psychiatrie, is ze professor klinische neurowetenschappen in de psychiatrie en leidt ze een onderzoeksgroep bij het Donders Instituut, het toonaangevende Europese instituut voor hersenonderzoek.

Wat is er in het dagelijks werk anders dan in Duitsland? “Nederlanders houden minder vast aan vertrouwde zaken. Dat zie je bij ons aan de voortdurende herstructureringen. Alles wordt steeds weer opnieuw tegen het licht gehouden. We zitten momenteel weer middenin de volgende reorganisatie.” Bovendien wordt er langer gediscussieerd. “Terwijl beslissingen in Duitsland nog wel eens van het ene op het andere moment worden genomen, is er in Nederland veel meer behoefte aan discussie.”

Poliklinisch

Inhoudelijk is men in Nederland in de sociale psychiatrie vooruitstrevender. “Hier worden patiënten vaker poliklinisch behandeld en probeert men ziekenhuisopnames te voorkomen. Het hele systeem van ziekenhuizen moet in lijn hiermee gemoderniseerd worden. Er zijn tegenwoordig veel minder ziekenhuisbedden dan vijf of tien jaar geleden.” Ziekenhuisartsen zijn veel sterker in de zorgketen geïntegreerd.

En hoe was het gesteld met de randvoorwaarden voor het werken in het buurland? “Voordat ik in Nijmegen kon beginnen, moesten al mijn diploma’s Europees worden erkend. Dat was een hele opgave”, blikt Indira Tendolkar terug. Er was echter ook een groot voordeel: “In die tijd bestonden er in Nederland nog bonussen voor specialisten die naar Nederland werden gehaald. Na tien jaar werd de regeling echter afgeschaft.” Een ander verschil betreft de kinderbijslag: als de kinderen 18 zijn geworden, stopt de kinderbijslag. In Duitsland krijgen ouders in bepaalde gevallen ook nog ‘Kindergeld’ voor kinderen van 18 tot 25 jaar. In Nederland is de zorgverzekering over het algemeen voordeliger, maar de belasting hoger.

Het raadsel dat pensioen heet

Is dat niet verwarrend? Met deze en andere vragen kon Indira Tendolkar terecht bij de Euregio Rijn-Waal, waar het GrensInfoPunt al een aantal jaar vragen van grenspendelaars beantwoordt. Ze weet nu al wanneer ze weer bij het adviespunt zal aankloppen: “Ik weet bijvoorbeeld nog niet hoe het er na mijn pensioen uitziet. Moet ik de zorgverzekering dan in Duitsland betalen? Dat zoek ik wel uit wanneer het zover is. Tegen die tijd zijn de regels waarschijnlijk alweer een paar keer veranderd.” Het GrensInfoPunt zal de antwoorden dan wel weten…

Contact en een afspraak maken

Meer informatie over het GrensInfoPunt van de Euregio Rhein-Waal is te vinden op www.grenzinfo.eu/erw. Een afspraak maken is mogelijk via +49-(0)2821/793079 of per mail (gip@euregio.org).

Door de coronapandemie zijn persoonlijke adviesgesprekken momenteel alleen telefonisch mogelijk, van maandag t/m donderdag tussen 8.30 en 16.30 uur.