Scheepswerf Grave; afwijzing arrest Hoge Raad

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 11 december 2020 het cassatieberoep van de gemeente Grave afgewezen. Daarmee oordeelt zij dat de gemeente onrechtmatig jegens de Scheepswerf Grave heeft gehandeld. 

Het verwijt aan de gemeente is dat zij naar aanleiding van het verzoek van de Scheepswerf Grave om een planherziening een ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegd met een lengtebeperking voor schepen tot 110 meter, terwijl de Scheepswerf Grave de wens kenbaar had gemaakt om schepen van 135 meter lang te bouwen. De scheepswerf stelt dat zij daardoor failliet is gegaan en schade heeft geleden.

Er zal nu in een vervolgprocedure, de zgn. schadestaatprocedure, moeten worden beoordeeld of de door Scheepswerf Grave gestelde schade inderdaad is veroorzaakt door het handelen van de gemeente (in juridische termen: of er causaal verband bestaat) en wat de precieze omvang van die schade is. Zo moet met het oog op het bepalen van het causaal verband en de schadeomvang een vergelijking worden gemaakt met de hypothetische situatie dat de gemeente niet onrechtmatig zou hebben gehandeld. 

De gemeente heeft tot nu toe geen schadebegroting of onderbouwing van de curator van de Scheepswerf Grave ontvangen. Feit is wel dat de maximale aansprakelijkheid is beperkt tot het faillissementstekort. Dat bedraagt nu ongeveer twee miljoen euro. 

De gemeente heeft een schade-expert in de arm genomen die haar en de verzekeraar zal adviseren over de omvang van de aansprakelijkheid. Daarover staat nu, behalve het genoemde maximum, nog niets vast.